Historie ACECgebouw

Het ACECgebouw kent een roemrijke geschiedenis. In de etalage tegenover VUE maken we dit zichtbaar.

Het ACECgebouw aan de Roggestraat 44 dat we nu kennen als ‘Apeldoorns Centrum voor Eigentijdse Cultuur’, werd in 1951/52 gebouwd als werkplaats en magazijnen van Ingenieursbureau Frowijn & Co, voorheen Van Enst en Stokkentreeft. Bij dit bedrijfsgebouw werd twee jaar later, in 1954, een nieuw kantoorgebouw in gebruik genomen, het pand aan het Caterplein waarin o.a. de Graaf van Vlaanderen is gevestigd.

Frowijn & Co, opgericht in 1921, als opvolger van het één jaar eerder opgerichte bedrijf Van Enst & Stokkentreeft, was een elektrotechnische onderneming, die naast de aanleg van elektrische installaties en openbare verlichting en de productie van schakelkasten, ook actief was als handelsonderneming.

Frowijn & Co was oorspronkelijk gevestigd aan de Hoofdstraat 171, in het pand dat we nu kennen als Café De Professor en waar van 1850 tot 1862 de wereldberoemd geworden Wilhelm Conrad Röntgen, de uitvinder van de naar hem genoemde straling, zijn kinderjaren doorbracht.

De door Willy Röntgen ingemetselde ‘eerste steen’ van dit huis is er nog steeds aanwezig.

Hij leerde op een Apeldoornse school Nederlands lezen en schrijven en heeft dus ook Nederlands gesproken. Hij was dus een echte Apeldoornse jongen !

De grond waarop het nieuwe gebouwencomplex (ACEC) verrees, was in 1950 door de Gemeente gekocht van timmerman Radstaak. De gemeente ruilde vervolgens deze grond met die van Frowijn & Co aan de Hoofdstraat 171, omdat men plannen had om in dat gebied aan de Hoofdstraat en het achterliggende Beekpark een nieuw bestuurlijk centrum inclusief stadhuis voor Apeldoorn te bouwen. (Het Westpoint-gebouw is het enige overblijfsel van die plannen). De handelspoot van Frowijn&Co had de alleenvertegenwoordiging in Nederland van ACEC producten.

ACEC , wat stond voor ‘Ateliers des Constructions Electriques à Charleroi’, was een grote onderneming die in 1904 werd opgericht door de Belgische Baron Edouard Empain.

In dat jaar nam Empain het al in 1879 door Julien Dulait opgezette bedrijf  ‘Societé Anonyme d’Electricité et Hydraulique à Charleroi’ (kortweg ‘E.H.’) over, en veranderde de naam in ACEC.

Dit bedrijf paste helemaal in de toekomstvisie van Empain, die een technische opleiding had genoten.

Empain (1852 – 1929) die in 1881 al een investeringsbank stichtte, ‘Banque Industrielle Belge’ (later overgenomen door de ING-groep), was oorspronkelijk eigenaar van steen-en marmergroeves in de buurt van Namen. Rond 1880 werd hij zich bewust van de behoefte aan vervoer tussen de steden en hun randgebieden en besloot om zijn activiteiten in de ‘stenen-businesss’ te verlaten en elektrische tramverbindingen te gaan aanleggen en exploiteren.

Zijn eerste eerste onderneming op dit gebied was een tramlijn van Luik naar Jemeppe-sur-Meuse, geopend in 1882. Dit werd een groot succes geopend, waardoor Empain de smaak goed te pakken kreeg en ook in Gent een dergelijke onderneming opzette. Later bouwde Empain o.a. de eerste Parijse metrolijn, en was hij actief met tramlijnen in Rusland, Egypte, Belgisch Congo en China.

Hij bouwde zelfs de complete stadswijk Heliopolis bij Caïro.

ACEC, behorend tot het bijzonder florerende Empain-concern, ontwikkelde zich ook zeer voorspoedig. Naast levering van complete aandrijvingen voor tram-, metro- en treinstellen, elektrische locomotieven en trolleybussen, produceerde ACEC ook stroomkabels , transformatoren en elektromotoren.

Na de tweede wereldoorlog produceerde ACEC ook consumenten-artikelen, zoals:  koffiemolens, haardrogers, transistorradio’s, platenspelers, bandrecorders, TV-toestellen, dicteerapparaten, etc.

Het concern was vergelijkbaar met zijn Duitse concurrenten Siemens en AEG.

Rond 1960 was ACEC wereldwijd qua omzet zelfs ongeveer net zo groot als Philips in die tijd.

Hoewel het zware tractiematerieel en de consumentenartikelen van ACEC in Nederland nauwelijks werden verkocht, werd er rond 1980 via Ing.bur.Frowijn & Co  toch een order binnengehaald voor levering van ACEC aandrijvingen voor Troleybussen van de Gemeente Arnhem.

Kabel, transformatoren, elektromotoren, motorbesturingen en TL verlichting waren de belangrijkste ACEC-produkten die Frowijn & Co in Nederland leverde. De huishoudelijke apparaten van ACEC kregen in Nederland eigenlijk nooit echt voet aan de grond. Dat segment werd hier gedomineerd door Philips.

De invloed van het Belgische ACEC op het Ing.bur.Frowijn & Co werd van lieverlee steeds groter, en toen eind 1962 nog slechts 8 van de 1050 aandelen in Nederlandse handen waren, werd tenslotte de naam van Frowijn & Co omgezet in ‘N.V. ACEC-Nederland’.

Door diverse ontwikkelingen in de markt ging uiteindelijk in de tachtiger jaren van de 20e eeuw, het eens zo machtige Empain-concern, inclusief ACEC, ten onder.  Het werd opgesplitst in tal van kleine delen die verkocht werden aan concurrerende concerns, waaronder de Franse bedrijven Groupe-Schneider, Alstom en Alcatel.

In Nederland bestaat nog steeds een ACEC-Nederland in Hengelo(Ov), dat zich toelegt

Acec-03