Tentoonstelling Lique Schoot

dinsdag 14 februari 2012 - zaterdag 17 maart 2012

De geschilderde zelfportretten van de Arnhemse kunstenares Lique Schoot lijken op het eerste gezicht vooral over Lique Schoot te gaan. Maar in werkelijkheid vormen de portretten samen een oneindige reeks abstracte en tijdloze beelden die bovenal over kwetsbaarheid en emotie gaan.
De vloerbedekking in het Arnhemse atelier van Lique Schoot is brandschoon. Hier wordt niet wild met verf gekliederd. Schoot schildert in heldere, uiterst dunne lagen olieverf op doek. Soms is het schilderslinnen amper bedekt. Op de schildersezel, en tegen de muren geleund staat het resultaat: een schier eindeloze reeks zelfportretten met het opvallende gelaat van de kunstenares, in allerlei situaties en uitdrukkingen. Het fotografisch realisme van het werk lijkt overduidelijk. Elk portret is onmiskenbaar Lique Schoot, onder andere herkenbaar aan de voor haar zo kenmerkende zwarte lijntjes rond haar ogen. Wat er op het eerste gezicht uitziet als een ambachtelijke productiewerkplaats voor fotorealistische zelfportretten, is in werkelijkheid het epicentrum van een omvangrijk conceptueel kunstwerk, een geschilderd universum in wording, dat zowel in tijd als in omvang gestaag uitdijt, letterlijk beeld voor beeld. Elk zelfportret heeft in dit universum zijn unieke plaats. Elke schijnbare toevalligheid is in werkelijkheid onderworpen aan een strikte ordening, die desnoods oneindig herschikt kan worden tot nieuwe
ordeningen.

Strakke regels
Voor Lique Schoot is het belangrijk dat het hele scheppingsproces volgens strakke regels verloopt. Aan het begin staat steeds een foto, één foto per dag, elke dag van de maand, geschoten met een instant camera door de kunstenares zelf, uit de hand, met uitgestrekte arm, de camera op zichzelf gericht, en dan: klik! en niet met een digitale, maar een analoge camera, met een ouderwets filmrolletje. ‘ik wil nadrukkelijk niet meteen zien hoe de foto eruit ziet, die ik heb gemaakt’, zegt ze. ‘Bij een digitale camera weet je het resultaat direct. Dan word ik misschien verleid om nog een foto te maken, als ik niet tevreden ben. Dat wil ik perse niet. Dan wordt het teveel gecomponeerd. ik fotografeer ook nooit met een statief, maar zo uit de hand. De dagelijkse foto moet spontaan en min of meer toevallig tot stand komen. Na exact een maand haal ik het rolletje uit de camera. Vervolgens laat ik het ontwikkelen en de foto’s digitaliseren. Pas als de beelden in mijn computer zitten, weet ik hoe het geworden is.’ Daarna volgt een langdurig en intensief proces van selecteren, ordenen, digitaal bewerken en herschikken. ‘Wat ik fotografeer zijn dagelijkse momenten, op zich niet erg belangwekkend. Maar de spontaniteit en de intimiteit van het moment zijn wel belangrijk. Tijdens het werken aan de computer ontdek ik in zo’n foto soms een bepaalde blik, een subtiele emotie, of een houding die kwetsbaarheid uitstraalt. Die blik, die houding wil ik schilderend uitwerken.
Door het proces van het schilderen krijgt het oorspronkelijke beeld uiteindelijk een nieuwe lading. een alledaags privémoment verhef ik op die manier tot een bijna universeel moment, dat voor veel mensen herkenbaar wordt.’

Gestileerd
Schoots zelfportretten geven schijnbaar fotografisch nauwkeurig de werkelijkheid weer. De geschilderde werkelijkheid is echter in hoge mate gestileerd. ‘ik als kunstenaar bepaal zelf wat ik wil laten zien. ik ben als het ware de regisseur van mijn eigen film. Mijn zelfportretten zijn wel realistisch
geschilderd, maar ze zijn geen realiteit. Daar speel ik wel mee, met die tegenstelling. Omdat het een zelfportret is, gaat het tot op zekere hoogte heel erg over mijn eigen kwetsbaarheid. Maar ik ben niet met mezelf als persoon bezig. ik construeer een nieuwe werkelijkheid, die mijn persoonlijke werkelijkheid overstijgt.’ De kunstenares moet lachen. ‘er zijn mensen die mijn zelfportretten kennen en die erg verbaasd zijn, als ze me voor het eerst in levende lijve ontmoeten. Ze hadden zich mij heel anders voorgesteld! Hoe
anders? Misschien een somberder en zwijgzamer iemand dan ik in werkelijkheid ben?’ Dan weer ernstig: ‘ik werk op mijn manier redelijk wiskundig. ik heb grote belangstelling voor de schilderkunst van de renaissance. Schilderijen uit die tijd zijn vaak erg geconstrueerd. We kijken naar een mooi geschilderd landschap, dat in werkelijkheid zo niet bestaat. De kunstenaar heeft kleur en compositie bijna wiskundig op elkaar afgestemd. Zo komen mijn zelfportretten ook tot stand: door bepaalde dingen uit te vergroten en te abstraheren, bijvoorbeeld in kleur en vorm. Die abstractie
is heel belangrijk in mijn werk. Het moet méér zijn dan alleen maar een portret. er moet iets inzitten dat je dwingt om te blijven kijken. Dat
‘iets’: daar zoek ik naar.’

Dagboek
Lique Schoot begon kort na de Arnhemse academie met het schilderen van zelfportretten. in de loop der jaren is de onderliggende systematiek echter steeds dwingender geworden. Het ordenen en herordenen is inmiddels een doorlopend proces. Ouder werk met overeenkomende kenmerken wordt regelmatig herschikt tot nieuwe verbanden. Zo ontstaan bijvoorbeeld reeksen als de Pillow Portraits, waarop Schoot zichzelf over de jaren  portretteert tegen de achtergrond van telkens hetzelfde gekleurde hoofdkussen. De zelfportretten zijn bovendien aan bepaalde momenten gebonden, zoals de dag waarop de foto werd gemaakt, het moment waarop het schilderij werd voltooid en de dag waarop het schilderij werd verkocht. ‘Samen vormen mijn schilderijen een soort dagboek. Als ik een zelfportret verkoop, dan is het alsof er een pagina uit het dagboek wordt gescheurd. In die zin is een schilderij ook een datum, een schakel in de tijd. Sinds kort vul ik het ‘gat’ dat een verkocht schilderij achterlaat, met een verder leeg doek met daarop alleen de zes cijfers van de verkoopdatum. Of nog abstracter:
met het nummer van een bepaalde kleur in de computer, die overheerst in het portret. Zo groeit mijn oeuvre uit tot een soort geschilderd geheugen, waarin de herinnering in de loop van de tijd hooguit wat verbleekt, maar waarin alles blijft opgeslagen.’ Deze manier van werken vraagt elke dag om inzet en concentratie. Lique Schoot glimlacht nadenkend: ‘Ja, het is een levenslang project.
Maar eerlijk gezegd zou ik niet anders willen. Het is helemaal verweven met mijn leven. ik vind het erg stimulerend dat mijn kunst echt een integraal onderdeel is van mijn bestaan.’

Door kunsthistoricus Martin Pieterse, voor GBK Nieuwsbrief, no 4 2010