ACEC Ondergronds: Moments of Presence

maandag 2 maart - maandag 1 juni

ACEC heeft een speciale plek voor installatiekunst: ACEC Ondergronds. Hier maakte Kristel Geerts (Deventer, 1993) de tentoonstelling Moments of Presence. Haar ruimtelijk werk roept associaties op met vormen uit de natuur. Het werk komt vooral tijdens het maakproces tot stand, het is dus niet helemaal van tevoren ontworpen. Zo oogt het spontaan, als een product van groei, dat later weer zou kunnen evolueren naar iets heel anders.

Door de situatie rond COVID-19 kan Kristels installatie tot grote spijt niet worden bezocht. Met foto’s en een interview proberen we desondanks de pijn te verzachten en van de nood een deugd te maken.

 

Hoe is het leven, zo kort na de kunstacademie? Was je er klaar mee of had je nog wel even willen doorstuderen?

“In 2017 studeerde ik af aan de Academie voor Kunst en Industrie (AKI) in Enschede. Het afstuderen kwam op het goede moment: ik was heel erg benieuwd naar hoe de praktijk zou zijn. Na het afstuderen ben ik in Voorschoten gaan wonen, hier vond ik een mooi atelier op een landgoed. Sinds de academie is het leven goed. Ik werk in mijn atelier en heb al op verschillende plekken mogen tentoonstellen.”

Je werkte voor je expositie in ACEC met materiaal dat je eerder gebruikte, maar dan aangepast. Je poetste, schaafde en schuurde naar een nieuw werk. Is dit doenerigeonderdeel van de inhoud van je werk?

“Ja. Het fysieke bezig zijn met het werk – het ‘doen’ – dat proces is voor mij een belangrijk onderdeel van de inhoud van het werk. In eerste instantie begin ik met een mal of iets waar ik materiaal ingiet, vaak zonder dat ik het kan en wil sturen. Als het materiaal droog is, ga ik het bewerken door middel van hakken en schuren, maar ook door verschillende losse onderdelen met elkaar te verbinden. Vaak maak ik werk dat is aangepast aan de ruimte waar het getoond wordt. Hiervoor neem ik losse onderdelen mee naar de ruimte en zet deze op locatie in elkaar. Al deze handelingen zijn van betekenis voor de inhoud van het werk. Je ziet ze niet alleen terug, maar je ervaart ze als je naar het werk kijkt.”

Mensen die ruimtelijk werk maken hebben het niet makkelijk! Hiervoor is werkruimte en opslagruimte nodig, om maar niet te spreken van het gesleep met materiaal en tentoonstellingstransport. Waarom dan toch die keuze?

“Omdat het proces belangrijk is voor mijn werk. De processen leiden vaak tot het ruimtelijk werk. Het is voor mij geen keuze, ruimtelijk maken; het is een onontkoombaar gevolg van mijn werkwijze. De schaal is ook belangrijk. Ik vind klein werk interessant en ik werk ook graag klein. Groot werk is vaak fysieker. Die interactie, die je met het werk aan kan gaan, is voor mij ook onderdeel van het proces. Daarom ben ik bereid de obstakels zoals transport en ruimte voor lief te nemen.”

Welk effect hoop je dat jouw installatie heeft op de toeschouwer?

“Ik hoop dat mensen een bepaalde rust ervaren wanneer ze door mijn installatie lopen. Even weg van de hectiek van het alledaagse. Ik hoop dat ze inzoomen op de details van het werk, omdat er dan steeds meer te ontdekken valt. Doordat we constant geconfronteerd worden met beelden via sociale media, worden we telkens in gedachten naar een andere plek of een ander moment gehaald. Vanwege deze psychologische impact van het hedendaagse leven vind ik het belangrijk om met mijn sculpturen een plek te creëren waar je een vorm van kalmte en aanwezigheid kan ervaren.”

Wat is jouw kunstenaarsdroom?

“Dit is wat ik graag doe, eigenlijk is er niets anders dat ik zou willen doen. Mijn droom is dat ik dit werk kan en mag blijven doen. Daarnaast vind ik het belangrijk om mezelf en het werk continu te blijven ontwikkelen, de inhoud te verdiepen, nieuwe ervaringen op te doen en nieuwe technieken en materialen te ontdekken.”

Tekst: Jasper van der Graaf

 

Met dank aan Patrick Mangnus voor de kunstenaarskeuze voor ACEC Ondergronds.