Hoe = Het Nu 2020: In Gesprek Met Kunstenaars

vrijdag 31 juli - zondag 6 september

Sinds 13 juni is in ACEC Hoe = Het Nu 2020 te zien, een tentoonstelling waar meer dan 100 kunstenaars uit Oost-Nederland aan bijdragen. Deze zomer gaan we in gesprek met verschillende Apeldoornse kunstenaars voor een ‘kijkje in de keuken’. Want wanneer is een werk echt een kunstwerk? En hoe wordt iemand nou eigenlijk kunstenaar?

Voor dit eerste verhaal spraken we met kunstenares Jacintha Bierens. Zij maakt verschillende foto’s in het buitenland. Vaak foto’s waar sporen van massatoerisme nog zichtbaar zijn, maar waar de toeristen niet meer te bekennen zijn. Voor de expositie Hoe = het nu heeft Jacintha Bierens ook 2 werken gemaakt: 1 werk hangt in het ACEC, het andere werk in Het Kunstgemaal Bronkhorst.

Jacintha Bierens

Hoe zou je jezelf omschrijven als kunstenares?

“Authentiek, autonoom en uniek. Ik ken niemand anders die hetzelfde werk maakt als ik en daarom denk ik wel dat mijn werk uniek is. Ik ben fan van Wijnanda de Roo, zij is ook fotografe en maakt verschillende werken; vaak speelt verstilling een rol in haar foto’s. Ik ben begonnen met zwart-wit foto’s waar verstilling in zat.”

Hoe zou jij je werk omschrijven voor mensen die het nog niet kennen?

“Mijn werk is poëtisch. Het is fotografie zonder mensen, sobere en vervreemde beelden. Ik hou mijn foto’s bewust in een klein formaat, zodat de kijker echt naar de foto’s wordt toegetrokken. Dat vind ik wel belangrijk. Als een foto af wordt gedrukt op een kleiner formaat ligt de focus sneller op details.”

Waar let je op bij het maken van kunst?

“Ik let niet specifiek ergens op bij het maken van kunst. Ik maak bijvoorbeeld geen setting, maar ik laat de beelden onverwachts tot me komen. Ik zie plotseling goede beelden. Ik ga vaker naar Bali en daar zie ik dan mijn onderwerpen, ik wandel veel en zo zie ik mijn beelden verschijnen. Ik bedenk heel bewust geen plan, maar ik kom de beelden die ik wil maken gewoon tegen op straat.”

Hoe vind je dat ACEC deze duo-tentoonstelling heeft georganiseerd?

“Ik vind het een leuk initiatief van ACEC en hopelijk zetten ze dat voort. Ik wou graag meedoen en vind het ook wel leuk dat het een duo-tentoonstelling is met Het Kunstgemaal in Bronkhorst.”

Hoe ben je kunstenares geworden?

“Ik kom eigenlijk uit de modewereld en ik ben de kunst ingegroeid. Ik heb verschillende uitdagende opdrachten gehad en heb zo ervaring op gedaan. Ik wist al wel vrij snel dat het vrije werk mij meer aansprak dan het werken in opdracht. Dus dat is nu dan ook niet mijn core business. Ik ben begonnen bij een fotoclub en ben toen naar Stichting Ateliers in Apeldoorn gegaan. Op een gegeven moment wilde ik nog verder groeien en nu zit ik bij Arti et Amicitiae in Amsterdam. Ik ben blij dat ik daar ben aangenomen, want zo krijg ik de kans om me verder te ontwikkelen en ontmoet ik nieuwe mensen.”

Wat zijn jouw drijfveren om kunst te blijven maken?

“Ik haal er voldoening een geluk uit en ik hoop dat ik dat ook nog heel lang mag blijven doen.”

Wat is jouw inspiratie om werk te blijven maken?

“Onder andere mijn werkplek Bali inspireert mij heel erg. Dat komt door de afbraak en het massatoerisme. Ik ben vaker in Bali geweest en zie op sommige bekende plekken steeds weer nieuwe dingen ontstaan. Dus dat vind ik wel bijzonder en inspirerend. Daarnaast ga ik graag naar musea, dat voedt mijn creativiteit ook wel heel erg.”

Wie zijn de mensen die jouw creativiteit stimuleren?

“Dat zijn onder andere collega-kunstenaars en mijn broer is in het begin een inspiratiebron voor mij geweest. Hij begon met een donkere kamer en heeft er toen 1 voor mij geregeld. Daar ben ik toen ook gaan werken.”

Wat vind je bijzonder aan de expositie Hoe = Het Nu?

“Ik vind het een bijzondere expositie, omdat het een goed beeld geeft van de kunst in Oost-Nederland.”

Waarom wilde je meedoen?

“Ik werd gevraagd om mee te doen. Ik ben ooit begonnen met Hoe = Het Nu toen Peter Nijenhuis het nog deed. Toen vroeg ik of ik mee mocht doen en mijn werk paste ertussen, dus zo is het eigenlijk begonnen. Maar ik vond het nu gewoon heel leuk om weer mee te doen aan een groepstentoonstelling, de eerste sinds de coronacrisis.”

Vind je het belangrijk dat er meer aandacht komt voor de kunst in Oost-Nederland?

“Ja, ik vind het wel goed en belangrijk dat er meer aandacht komt voor de kunst. Kunst is belangrijk en ze zouden het meer moeten promoten, ook op scholen.”

Voor welk onderdeel mag er meer aandacht zijn?

“Er mag meer aandacht komen voor kunst in kranten en er mag meer aandacht komen voor tentoonstellingen. Misschien ook wel promotie op televisie. Het beleid rondom kunst mag wel wat meer aandacht krijgen.”

 

 

René van Commenée

Voor dit tweede verhaal is het de beurt aan René van Commenée. Hij maakt visuele en audio-kunst. René werkt met een breed pallet en noemt zichzelf een echte creatieveling. Van polaroids tot audio-kunst en muziekstukken, hij maakt het allemaal in zijn atelier in Apeldoorn. Hij vertelt graag over zijn werk, zijn inspiratie en het werkproces.

Hoe zou jij jezelf omschrijven als kunstenaar?

“Ik ben een kunstenaar die visueel en audio-kunst maakt. Ik ben muzikant en beeldend kunstenaar. Soms maak ik kunstwerken die geluid maken, maar ik kan ook bezig zijn met geluidsinstallaties. Zo heb ik een geluidsbos gemaakt: daar zag je allemaal dingen, maar hoorde je ook allemaal dingen. Maar als ik beeldend werk maak ben ik voornamelijk bezig met fotografie. Sommige fotowerken zijn emulsies en die haal ik uit polaroids. Dat is abstract werk, maar wel heel precies monnikenwerk. Je moet er geduld voor hebben en er zorgvuldig mee om gaan. Ik ben wel echt een polaroid liefhebber.”

Wat voor kunst maak je?

“Muziekkunst en beeldende kunst. Ik ben opgeleid als grafisch vormgever en ik ben muzikant. Ik ben toevallig in de muziek terecht gekomen, het beeldende is erbij gekomen en dat maakt dat het de kunst is geworden die het nu is. Ik kan audio-kunst en visuele kunst ook door elkaar heen doen. Terwijl ik achter mijn drumstel zit denk ik alweer aan een volgend schilderij. Ik werk vaak door elkaar heen en dat gaat prima.”

Waar let je op bij het maken van kunst?

“Ik vind het belangrijk om onafhankelijk te werken en niet volgens verwachtingen van een opdrachtgever of kijker. Ik ben een autonome denker en mijn werk wisselt vaak qua aspecten. Ik vind het belangrijk om eerlijk en intensief werk te maken waarbij de kwaliteit hoog staat. Ik ga altijd door met werken tot dat het perfect is voor mij zelf.”

Zijn er do’s en dont’s voor het maken van expositiewerk?

“Nee, niet echt. Je moet alleen wel zorgen dat je werk in balans is en dat het in de ruimte past.”

Wanneer is een werk voor jou echt af?

“Ik ga veel verder dan alleen het werk maken. Soms is het pas af als er een lijst omheen zit. Zonder de lijst zou het zomaar kunnen dat het geen kunstwerk is, want de lijst is onderdeel van het kunstwerk. Wel vind ik het belangrijk dat er geen spiegeling in het glas van de lijst zit.”

Hoe ziet de toekomst voor de Apeldoornse kunst er uit?

“Door de coronacrisis zie ik het een beetje somber in. Het publiek zit zonder geld en de gemeenten moeten ook bezuinigen op kunst. Ik denk wel dat Apeldoorn creatief genoeg is om door te gaan en hopelijk zetten we de nu lopende initiatieven ook door.”

Waarom ben je kunstenaar geworden?

“Ik was altijd al creatief en ik wilde als jonge jongen al kunstenaar worden. Ik ben erg veelzijdig en ik vind het heel leuk om creatief bezig te zijn. Mijn hoofd loopt ook altijd over van ideeën en ik wil die graag uitwerken. Het is niet de vraag waarom ik kunstenaar wilde worden, het is gewoon gebeurd. Ik kan me ook niet voorstellen dat ik geen kunstenaar ben. Ik heb het motto: een dag niet gecreëerd is een dag niet geleefd.”

Wat zijn jouw drijfveren om te blijven creëren?

“De ideeën die eruit willen zijn mijn drijfveren om te blijven creëren. Ik wil altijd iets maken en dat stopt niet.”

Wat is jouw inspiratie om werk te maken?

“Dat is wisselend, de ene keer haal ik inspiratie uit mezelf en de andere keer haal ik het uit een externe factor uit mijn omgeving. Nu probeer ik al dagen een mooie foto van een zonnebloem te maken. Dan is in dat geval de zonnebloem mijn inspiratie. Maar ik haal ook inspiratie uit andere culturen.”

Welke mensen voeden jouw creativiteit?

“Iedereen om mij heen wel. Collega’s vooral, we praten vaak over inspiratie. Zo haal ik ook inspiratie uit boeken en poëzie.”

Wanneer is kunst kunst?

“Dat is voor iedereen weer anders. Het is een lastige vraag. Maar ik vind het ook moeilijk om mezelf een kunstenaar te noemen. Ik denk dat het publiek bepaalt of je een kunstenaar bent. Voor iedereen is kunst ook weer anders. Ik vind iets ook kunst als de kunstenaar een unieke invalshoek bedenkt die de kijker verbaast.”

Wat vind je bijzonder aan de expositie Hoe = Het Nu?

“Dat er verschillende kunstenaars zijn en verschillende werken. Ik vind dat wel verfrissend en interessant!”

Waarom wilde je meedoen aan de expositie Hoe = Het Nu?

“Omdat ik het leuk vond dat het in Apeldoorn was en zeker omdat ik zelf ook in Apeldoorn woon. Maar ik wilde ook laten zien dat ik er ben en het initiatief steunen.”

Vind je het belangrijk dat er meer aandacht komt voor de kunst in Oost-Nederland?

“Ik vind het sowieso belangrijk dat er meer aandacht komt voor kunst en zeker voor de kunst in Oost-Nederland. Ik vind het belangrijk dat er kunstcentra zijn die kijken naar regionale kunst en ik vind het goed dat daar aandacht voor is.”

Voor welk onderdeel mag er meer aandacht zijn?

“Er mag meer aandacht komen voor de kunst in Oost-Nederland in de volle breedte. Er mag meer geschreven worden over de kunst en de kunstenaar daar achter.”

 

 

Ferry Staverman

Ferry Staverman is een kunstenaar die sculpturen maakt van karton. Zijn tekeningen maakt hij eerst digitaal, waarna hij ze uitsnijdt met de lasersnijder. Deze zomer staat Ferry met zijn werk in ACEC en in de Grote Kerk in Apeldoorn. Zijn werk is vaak gebaseerd op natuurlijke of menselijke vormen.

Hoe zou jij jezelf omschrijven als kunstenaar?

“Als kunstenaar ben ik lang zoekende geweest naar mijn eigen weg. Ik heb veel getwijfeld en mezelf afgevraagd waar ik mee bezig was. Ik wist wel dat ik graag wilde werken met karton. Uiteindelijk ben ik dat ook gaan doen en zo is het balletje gaan rollen. Ik kwam als het ware in de lift en steeds meer mensen ontdekten mij. Zo kwam ik ook in veel boeken terecht. Dat was wel heel leuk, want ik mocht op deze manier op allerlei verschillende plekken exposeren. Zo ben ik bijvoorbeeld in New York, Parijs en in Ierland geweest.”

Wat voor kunstgenre maak je?

“Ik heb niet per se 1 genre waarin ik kunst maak. Mijn werk heeft wel verschillende aspecten. Zo kan het figuratief zijn, maar soms is het ook abstract. Wel zit er meestal herhaling in. Wat ik wel eens terughoor van andere mensen, is dat mijn kunstwerken Boeddhistisch of Aziatisch lijken.”

Waar let je op bij het maken van kunst?

“Ik let niet per se op een hele lijst met eisen waar het kunstwerk aan moet voldoen. Wel vind ik het heel leuk om met opdrachten te werken. Zo vroegen ze mij in Ierland een keer of ik kunstwerken wilde maken gebaseerd op een boek dat ik ging lezen. Dus ik vind dat soort specifieke vragen wel heel leuk. Het kunstwerk ontstaat vanzelf op het moment dat ik bezig ben met het maken ervan. Tijdens het maakproces zie ik nieuwe dingen en mogelijkheden om mijn kunstwerk verder te ontwikkelen. En zo gebeurt het dat uit het één, het ander voortkomt.”

Zijn er do’s en dont’s bij het maken van expositiewerk?

“Niet dat ik weet. Tenminste, ik let daar niet heel extreem veel op. Wel kijkt mijn vriendin nog altijd even naar het werk en of het goed zichtbaar is. Ik probeer het werk namelijk zo goed mogelijk op het podium te krijgen, zodat het een optimale positie heeft. Vroeger zei ik wel vaker ‘nee’ tegen een expositie, maar nu zeg ik vaker ‘ja’. Omdat ik het ook mooi vind om te zien hoe de andere kunstenaars zulk eigenzinnig werk maken.”

Wanneer is het werk voor jou echt af?

“Mijn werk is echt af als ik het in elkaar heb gezet en als de kleur goed is. Ik maak mijn werk op de computer en de ene keer ben ik enthousiaster dan de andere keer. Maar als een werk niet goed is gelukt, dan gooi ik het werk niet weg. Ik bewaar het en laat het dienen als inspiratie voor volgende werken.”

Hoe ziet de toekomst voor de Apeldoornse kunst eruit, denk je?

“Ik vind het heel goed dat er al wat meer jonge kunstenaars in Apeldoorn bijkomen, maar van mij mogen dit er nog meer worden, hoor. Zo kunnen kunstenaars elkaar stimuleren om werk te maken en kunnen ze van elkaar leren. Wat ik wel heel goed vind, is dat ACEC en CODA zichzelf mooi ontwikkelen als kunstpodia. Vroeger waren er niet heel veel kunstinitiatieven in Apeldoorn. Ik ging voor kunstinitiatieven vaak naar Amsterdam toe. Maar op een gegeven moment werd ik door Gert Taken gevraagd om een kunstinitiatief op te zetten in Apeldoorn. Dit heb ik gedaan en via deze weg probeerde ik meer kunstenaars naar Apeldoorn te halen, om zo het niveau van de Apeldoornse kunst omhoog te tillen. Dit initiatief heette Stichting Archipel.”

Waarom ben je kunstenaar geworden?

“Ik kom uit een kunstenaarsfamilie. Mijn ouders hebben elkaar ontmoet op de kunstacademie en ik denk dat kunst daarom altijd al wel in mij heeft gezeten. Ik ben op verschillende werkbezoeken geweest toen ik op de lts (lagere technische school) zat. Maar ik vond dat werk in die grote stinkende fabrieken maar niks. Op een gegeven moment zei ik tegen mijn ouders dat ik graag naar de academie wilde. Eerst ging ik naar de avond-academie en later naar de dag-academie. Dat vond ik zo leuk. In de kunst voel ik me ook heel erg thuis.”

Wat zijn jouw drijfveren om te blijven creëren?

“De ideeën die naar boven blijven komen en het leren van andere kunstenaars.”

Wat inspireert jou?

“Ik denk dat de klassieke wereld mij wel erg inspireert. Ik heb vroeger ook bij CODA gewerkt als educatief medewerker. Ik vond dat zo mooi. Ik denk dat je ook wel dingen uit de klassieke wereld terug ziet in mijn werk.”

Welke mensen voeden jouw creativiteit?

“Sol LeWitt, dat is een groot Amerikaanse kunstenaar. Hij maakt mooi en groot werk.”

Wanneer is kunst kunst?

“Je hebt verschillende fases die elkaar afwisselen, het golft een beetje. Mensen veranderen en gemaakte kunst verandert bijvoorbeeld niet. Dus het ene moment is iets kunst en het andere moment niet. Of een werk van nu kunst is, weten we pas over 100 jaar. Tenzij een groep mensen zegt dat het kunst is.”

Wat vind je bijzonder aan de expositie Hoe = Het Nu?

“Het is een bijzondere expositie waarin je een grote verscheidenheid aan kunst ziet. Je ziet heel divers en eigenzinnig werk en dat vind ik wel heel bijzonder aan deze expositie.”

Waarom wilde je meedoen aan de expositie Hoe = Het Nu?

“Ik heb al eens eerder mee gedaan aan de expositie Hoe = Het Nu, toen was het nog een veilingtentoonstelling in Velp. Maar ik vind het een hele leuke expositie en het is goed dat het werk op twee verschillende locaties wordt geëxposeerd.”

Vind je dat er meer aandacht mag komen voor de kunst in Oost-Nederland?

“Ja, op zich wel en dat begint allemaal bij educatie. Ik denk dat het Oosten van Nederland wat meer agrarisch is en dat er in die sector niet zo heel veel belangstelling is voor kunst. Dat is jammer.”

Voor welk onderdeel moet er meer aandacht komen?

“Ik zou het mooi vinden als er wat meer beelden in de bebouwde omgeving komen. Bijvoorbeeld in parken of in de stad.”

 

 

Sven Scholten & Monika Kimenai

Sven Scholten is (stads)fotograaf en fotografeert onder meer portretten. Monika Kimenai is designer en maakte al verschillende apps en illustraties. Ze wilden altijd al een keer samenwerken en de expositie Hoe = Het Nu bleek daar de uitgelezen kans voor. Ze keken samen naar een manier waarop ze hun talenten konden combineren om iets tofs neer te zetten tijdens de expositie.

Hoe zouden jullie je werk en jezelf omschrijven?

Sven vertelt: “Ik denk dat ik mijn werk vooral als praktisch en commercieel zou omschrijven. Ik maak heel duidelijk werk en het gaat in mijn werk altijd om mensen. Ik kom dichtbij ze en ben echt op zoek naar de essentie van het werk.”

Monika: “Ik zou mezelf vooral omschrijven als een echte duizendpoot! Ik ben vooral veel bezig met tekenen, de juiste kleuren vinden en een balans zoeken.”

Wat voor kunst maken jullie?

Sven: “Ik ben fotograaf en maak foto’s. Dit kan commercieel zijn, maar het kunnen ook portretten zijn. Daarnaast vind ik het leuk om af en toe een klus zoals de expositie Hoe = Het Nu mee te pakken.”

Monika: “Ik maak apps, verschillende designs, artprints en logo’s. Eigenlijk doe ik een beetje van alles wat en ben ik vooral bezig met designen.”

Waar let je op bij het maken van werk?

Sven: “Ik begin altijd met het onderwerp – wat is dat en hoe kan ik dat het beste neerzetten? Daarna kijk ik naar de stijl die ik wil neerzetten. Met fotografie kan je natuurlijk alle kanten op, dus het is soms even zoeken naar een stijl. Ik kijk ook goed naar het licht en de kleur tijdens het fotograferen. Ik probeer mensen te fotograferen op de manier waarop zij dat willen, maar ik probeer ook een beetje spontaniteit erin te houden en het een beetje op z’n beloop te laten tijdens een fotoshoot.”

Monika: “Tijdens het werkproces voor de kunstwerken die wij hebben gemaakt voor de expositie Hoe = Het Nu ben ik vooral bezig geweest met een diepere laag geven aan een portret van Sven. Ik heb bijvoorbeeld gevraagd naar de eigenschappen van de man die Sven portretteerde en uit die omschrijving ben ik gaan creëren. Ik werk wel echt vanuit gevoel. Soms heb ik iets in mijn hoofd, maar kan het er anders uitkomen omdat mijn gevoel erbij komt kijken.”

Zijn er nog do’s en dont’s bij het maken van expositiewerk?

Sven: “Nee, die zijn er niet echt en dat is heel fijn.”

Monika vult Sven aan en zegt: “Je moet het vooral samen heel tof vinden.”

Wanneer is een werk echt af?

Sven: “Als het niet perfect is, haha!”

Monika: “Als je het weg hebt gelegd en je kijkt ernaar en je wordt blij, dan zit het meestal wel goed. Doe je dat nog een keer en word je er nog steeds blij van? Dan is het werk af. Je moet soms ook niet te lang aan hetzelfde blijven werken. Op een gegeven moment is het ook klaar.”

Zouden jullie nog een keer meedoen aan dit initiatief?

Monika: “Jazeker! Het is super leuk om mee te doen en Sven en ik werken ook goed samen. We zaten qua titel van het werk ook wel op 1 lijn en dat werkt gewoon heel fijn.”

Sven: “Ja, daar sluit ik me bij aan!”

Waarom zijn jullie dit werk gaan doen?

Sven: “Ik voelde onrust in het werk dat ik deed, werktuigbouwkunde. Toen ben ik gaan reizen en tijdens het reizen ben ik gaan fotograferen. Ik liep tegen verschillende dingen aan, maar ik merkte ook dat ik het heel erg leuk vond. Dus ik ben toen verder gegaan in de fotografie. Ik ben er eigenlijk een beetje ingerold.”

Monika: “Vroeger wilde ik kunstenaar worden, maar dit is het toch niet geworden uiteindelijk. Dus heb ik gekozen voor ‘the next best thing’. Dat was designer. Nu kan ik hier alsnog mijn ei in kwijt en kan ik bezig zijn met aspecten zoals kleur, vorm en beeldtaal.”

Wat zijn jullie drijfveren om door te blijven gaan?

Monika: “Ik denk dat je gewoon van jezelf weet dat dit is wie je bent en dat dit is waar je blij van wordt. Soms heb ik wel een onderbreking nodig van mijn zittende computerwerk en daarom ben ik 1 dag in de week vrijwilliger bij een koeienknuffelboerderij, haha!”

Sven: “Ja, ik geniet enorm van het fotograferen, maar je weet nooit hoe het leven loopt. Wie weet ben ik over vijf jaar wel schaapsherder.”

Waar halen jullie inspiratie vandaan?

Monika: “Ik haal de meeste inspiratie uit boeken. Ik heb echt een boekentic, dus ik lees wel veel boeken. Dat zijn verschillende boeken hoor. Over design, kunst, maar ook over het feminisme bijvoorbeeld.”

Sven: “Ik denk dat ik een beetje hooggevoelig ben. Daardoor let ik veel meer op de mensen om me heen. Ik vind mensen heel interessant, wat ze doen en hoe ze denken en vooral wat hen beweegt. Daarnaast haal ik veel inspiratie uit andere fotografen.”

Welke mensen voeden jullie creativiteit?

Sven: “Positieve mensen die in balans zijn. Ik denk ikzelf wel. Maar ik heb wel een bepaald ritme nodig om in balans te zijn.”

Monika: “Door mensen met goede vibes en verhalen wordt mijn creativiteit gevoed. Daarnaast haal ik ook inspiratie uit vrienden, ik heb wat oudere vrienden, waaronder Arie Otten. Met hem spar ik wel eens over bepaalde dingen waar we tegenaan lopen en daar word ik ook altijd wijzer van.”

Wat vinden jullie zo bijzonder aan de expositie Hoe = Het Nu?

Sven: “Dat alle kunstenaars zo bij elkaar komen en dat je zulke verschillende werken ziet.”

Monika: “Ik vind het wel bijzonder en leuk dat je overal allemaal kleine, overzichtelijke werken ziet.”

Waarom wilden jullie meedoen aan deze expositie?

Sven: “Ik werd gevraagd en ik wilde eigenlijk wel samen met Monika wat doen. Dus heb ik haar gevraagd of ze mee wilde doen en ze zei ‘ja’.”

Monika: “Ja, en ik wilde eigenlijk wel weer eens wat leuks maken in de periode dat ik thuis zat door corona. Dus toen Sven mij benaderde heb ik meteen ‘ja’ gezegd.”

Vinden jullie het belangrijk dat er meer aandacht komt voor kunst in Oost-Nederland?

Sven: “Ja, iedereen die met ziel en zaligheid aan iets werkt verdient een plekje, toch?”

Monika: “Eigenlijk zou er in Apeldoorn een vast kunstmuseum moeten komen voor (Apeldoornse) kunst. Apeldoorn mag best wel eens wat meer doen met kunst.”

Voor welk onderdeel mag er meer aandacht komen?

Monika: “Voor moderne kunst.”

Sven: “Ja, daar ben ik het mee eens. En er mag meer aandacht komen voor grote fotografen.”

 

 

Guido Nieuwendijk

Guido Nieuwendijk staat bekend om zijn schilderkunst en hij maakt dan ook graag werk voor Apeldoorn en de omgeving. “Ik ben een groot voorstander van lokale initiatieven en vind het belangrijk om onbekende kunstenaars te ontmoeten,” aldus Guido. Misschien kwam de expositie Hoe = Het Nu daarom ook wel op precies het juiste moment, want aan deze duo-tentoonstelling dragen zowel bekende als onbekende kunstenaars bij.

Hoe zou jij jezelf omschrijven als kunstenaar?

“Ik schilder, zowel kleine werken als op locatie. Ik maak op locatie vaak grotere muurschilderingen. Ik vind het ook wel leuk, abstracte schilderkunst. Ik ben dan bezig met vragen zoals: wat is een schilderij? Hoe werkt de voorgrond samen met de achtergrond? Mijn werk ontstaat gaandeweg en het ontstaat uit kleine dingen.”

Wat voor genre kunst maak je?

“Ik maak abstracte schilderkunst en tijdens het proces let ik gaandeweg op hoe het werk ontstaat.”

Waar let je op bij het maken van kunst?

“Als ik iets gemaakt heb, dan moet het kloppen, dan moet het werken. Werk moet spannend blijven en op een goede manier irriteren. Waarom? Omdat je dan vragen stelt over het werk en erbij gaat nadenken. Werk moet nieuwsgierigheid opwekken. Ik vraag mij, tijdens het maken van werk, ook altijd nieuwe dingen af en ik zie bepaalde dingen om mij heen die ik gebruik tijdens het maken van kunstwerken.”

Zijn er do’s en dont’s bij het maken van expositiewerk?

“Bij exposities lever ik werk in dat ik zelf mooi vind. Maar als ik muurschilderingen maak, zijn ze gerelateerd aan de ruimte. Elke ruimte vraagt om een andere oplossing. Maar als ik zelf een expositie inricht let ik op de verhoudingen en op de ruimte. Ik heb zelf een kunstenaarsinitiatief: TADA. Het idee daarachter is: contact houden met andere kunstenaars, nieuwe mensen ontmoeten en abstracte kunst uitdragen.”

Wanneer is het werk voor jou echt af?

“Als ik een werk af heb en het blijft door mijn hoofd suizen, dan is het af. Als ik vaak de neiging heb om er nog even naar te kijken en als ik er nieuwsgierig naar ben, dan is een werk wel echt af.”

Hoe ziet de toekomst voor Apeldoornse kunst eruit denk je?

“Ik hoop dat er nieuwe, jonge kunstenaars naar Apeldoorn komen en hier hun kunstenaarschap willen uitoefenen. Een netwerk met enthousiaste mensen is erg belangrijk. Hoe meer mensen het initiatief nemen om leuke dingen te doen, hoe meer leuke dingen er plaats vinden. Zoals exposities en andere kunstenaarsinitiatieven.”

Waarom wilde je eigenlijk kunstenaar worden?

“Als kind was ik eigenlijk altijd al aan het klussen en aan het bouwen. Daarna ben ik veel gaan schilderen en tekenen en toen ben ik naar de Kunstacademie in Utrecht gegaan. De HKU was een schot in de roos voor mij. Daar heb ik me echt ontwikkeld als kunstenaar en ik vond het ook een hele leuke studie. Ik zou me niet voor kunnen stellen dat ik dit werk niet meer doe. Maar als ik dan toch iets anders moest kiezen, dan zou ik met jongeren willen werken.”

Wat zijn jouw drijfveren om nieuw werk te blijven maken?

“Dat is een goede vraag! Ik denk dat mijn drijfveer is, dat ik nieuwe ideeën heb die mij nieuwsgierig maken. Daarnaast haal ik ook inspiratie uit mijn schetsboekje en dat drijft mij dan weer om nieuw werk te maken.”

Waar haal jij inspiratie vandaan?

“Ik lees soms stukjes over kunstenaars, daar haal ik inspiratie vandaan. Maar ik haal ook inspiratie uit songteksten of kleine dingen en ideeën. Mijn werk ontwikkelt zich langzaam en komt voort uit een klein idee.”

Welke mensen voeden jouw creativiteit?

“Marije [Vermeulen, red.], mijn vrouw, voedt mijn creativiteit. We hebben het ook vaak over kunst en onze werken als we samen zijn. Daarnaast heb ik soms werkbesprekingen met andere kunstenaars, daar wordt mijn creativiteit ook door gevoed. Maar mijn creativiteit wordt ook wel gevoed door muziek.”

Wanneer is kunst kunst?

“Ik weet dat eigenlijk niet zo goed en ik wil het van tevoren ook eigenlijk niet weten. Wat kunst is moet niet vast staan. Anders is het kunst volgens de regels en het leuke van kunst is, dat het moet veranderen.”

Wat vond je bijzonder aan de expositie Hoe = Het Nu?

“Ik vind de diverse werken heel bijzonder om te zien! Het intrigeert mij, wat mensen aan het doen zijn. Mensen maken echt iets vanuit hun eigen wereld en dat vind ik bijzonder om te zien. Dat idee is erg leuk.”

Waarom wilde je meedoen aan de expositie?

“Ik ben een groot voorstander van lokale initiatieven en ik vind het leuk om nieuwe mensen te ontmoeten. Daarnaast vind ik het belangrijk om mensen te laten zien wat ik aan het doen ben en om andere kunstenaars te ontmoeten.”

Vind je dat er meer aandacht moet komen voor kunst in Oost-Nederland?

“Ja, ik vind dat er in het algemeen sowieso meer aandacht moet komen voor de kunst. Dat kan ook kunst in de openbare ruimte zijn. Dan hebben mensen een dagelijkse confrontatie met kunst. Dat is belangrijk, want kunst hoort toch wel bij de samenleving.”

 

Anke Land

Meer tastbaarheid creëren met werken in textiel. Dat is wat Anke Land probeert te doen met haar kunstwerken. Ze werkt regelmatig in het TextielMuseum in Tilburg en op die plek worden nieuwe ontwerpen tot leven gebracht. Maar hoe komt ze aan haar inspiratie en wat zijn haar drijfveren om te blijven creëren? Tijdens deze editie van In Gesprek Met Kunstenaars geeft ze haar geheimen prijs.

Hoe zou je jezelf omschrijven als kunstenaar?

“Ik ben beeldend kunstenares en maak figuraties op geabstraheerd niveau. Ik laat me inspireren door de wereld om me heen, via krantenfoto’s, de media en de natuur, inclusief de Veluwe. Daarbij let ik op kwetsbaarheid en vergankelijkheid.”

Wat voor genre kunst maak je?

“Ik maak wandkleden en ik werk met textiel om meer tastbaarheid en aanraakbaarheid te creëren. Ik maak jacquard-geweven kleden in het lab van het TextielMuseum in Tilburg.”

Waar let je op bij het maken van kunst?

“Ik probeer tijdens het maken van kunst mijn gedachten zo vrij mogelijk te houden. Met mijn handen te werken en te kijken wat er ontstaat. Eerst maak ik foto’s, waar ik overheen teken en schilder. Deze bewerkte foto’s scan ik in als ontwerp voor mijn gobelins, ook wel wandtapijten genoemd. Daarbij kijk ik hoe ik dit ontwerp het beste kan weven.”

Zijn er do’s en don’ts bij het maken van expositiewerk?

“Als ik een expositie heb, werk ik daar erg naar toe. Ik probeer op de samenhang te letten en let er op of iets duidelijk naar voren komt. Het gewenste totaalbeeld moet duidelijk en helder te zien zijn.”

Wanneer is het werk echt af?

“Als het geweven wordt is het echt af. Maar het is altijd de aanzet voor een nieuw werk. Als een werk klaar is, dan is er altijd een lijn die leidt naar een volgend werk.”

Hoe ziet de toekomst van de Apeldoornse kunst eruit?

“Ik hoop dat de bestaande podia open blijven en dat er genoeg belangstelling blijft voor kunst. Daarnaast hoop ik ook dat er nieuw jong talent naar Apeldoorn komt.”

Waarom ben je eigenlijk kunstenares geworden?

“Als kind was ik altijd al bezig met tekenen en schilderen, mijn docenten stimuleerden dat ook. Toen ben ik naar de kunstacademie gegaan, ArtEZ in Arnhem. Ik vind het belangrijk om kunst te maken en om kunst te zien. Daar leef ik echt voor, ik kan niet zonder kunst, en ik ben er eigenlijk altijd mee bezig.”

Wat zijn je drijfveren om te blijven creëren?

“Kunst is onderdeel van mijn leven. Ik ga graag naar musea, zoals Museum Voorlinden in Wassenaar of De Pont in Tilburg. Maar ik kom natuurlijk ook vaak in het TextielMuseum in Tilburg. In Museum Kurhaus Kleef in Kleve heb ik zelf geëxposeerd.”

Wat is jouw inspiratie om werk te maken?

“Transitie, migratie en vergankelijkheid bepalen de inhoud van mijn tekeningen en wandkleden. Mijn beelden ontleen ik aan alledaagse nieuwsbeelden en als tegenhanger de kracht van de natuur die ik ervaar tijdens mijn omzwervingen op de Veluwe.”

Wie zijn mensen die jouw creativiteit voeden?

“Voor het maken van werk vertrouw ik eigenlijk vooral op mijn eigen intuïtie. Kunstenaars als William Kentridge en Louise Bourgeois zijn voor mij zeer inspirerend.”

Wanneer is kunst kunst?

“Kunst is voor mij pas echt kunst als het blijft boeien. Kunst is kunst als je steeds weer nieuwe dingen ontdekt en nieuwe aspecten ziet.”

Wat vind je bijzonder aan de expositie Hoe = Het Nu?

“Het is een mooi overzicht van de kunst in Oost-Nederland. De diversiteit en de kwaliteit van kunst in Oost-Nederland wordt goed zichtbaar gemaakt. Dat het een duo-tentoonstelling is, zorgt denk ik voor een breder publiek.”

Waarom wilde je meedoen met deze expositie?

“Het is een goed regionaal initiatief. Ik laat graag mijn werk zien, en ontmoet graag nieuwe mensen met nieuw werk. Daarnaast vind ik de samenwerking met Het Kunstgemaal erg waardevol.”

Moet er meer aandacht komen voor de kunst in Oost-Nederland?

“Er moet meer aandacht komen voor beeldende kunst in het algemeen. Daarnaast vind ik kunsteducatie belangrijk en denk ik dat, wanneer je jong leert om de kunst te waarderen, je daar je hele leven lang iets aan hebt.”

 

Bas Fontein

Bij het maken van zijn kunst is Bas Fontein veel bezig met het verwerken van teksten. Vaak gebeurt dit op kleine paneeltjes die vormgegeven worden als nepboeken. We spraken Bas over zijn werkprocessen en kunstenaarschap.

Hoe zou je jezelf omschrijven als kunstenaar?

“Ik maak conceptuele kunst, gebaseerd op teksten. Daarnaast ben ik uitgever van kunstboeken en ben ik veel bezig met tekst en fotografie. Ik werk vanuit een idee, het idee moet prikkelen, op die manier kan ik iets maken. Ik kijk hierbij echter veel naar de vorm en het materiaal.”

Wat voor genre kunst maak je?

“Ik werk met paradoxen, boeken en tekst, maar ook met fotografie. Ik ben bekend bij andere kunstenaars en bereik daarnaast nog een wat breder publiek.”

Waar let je op bij het maken van kunst?

“Het idee moet aantrekken en meteen aanspreken. Daarnaast moet het visueel aantrekkelijk zijn en het moet er een beetje gelikt uitzien. Het moet er gelijk uitspringen.”

Zijn er do’s en dont’s bij het maken van expositiewerk?

“Er is geen verschil tussen eigen werk en expositiewerk. Ik vind het juist interessant om de regels niet te volgen bij het maken van expositiewerk. Het mooie van kunst is, dat niks moet en alles mag. Met regels is de essentie van kunst niet begrepen. De algemene regels gelden nooit 100%.”

Wanneer is het werk echt af?

“Een werk is pas echt af op het moment dat het minder wordt als je er iets aan toevoegt.”

Hoe ziet de toekomst eruit voor Apeldoornse kunst?

“In Apeldoorn heb je veel vrijheid, maar een klein publiek. Ik kijk bij het maken van kunst wel breder dan Apeldoorn alleen. Het fijne aan Apeldoorn is, dat het erg divers is en dat kunstenaars onderling elkaar helpen. Het is een kleine stad, maar het heeft een goed klimaat en iedereen staat open voor samenwerking. Ik hoop wel dat er meer nieuwe kunstenaars naar Apeldoorn komen en dat de gemeente de kunstenaars wat meer gaat steunen.”

Waarom ben je kunstenaar geworden?

“Ik wist al vrij snel dat dat mijn roeping was. Het is soms best wel zwaar en eenzaam om kunstenaar te zijn. Soms moet je op en houtje bijten. Maar ik ben 100% kunstenaar, zeker in mijn professionele tijd. Het is een bewuste keuze om kunstenaar te zijn, ik ben kunstenaar en handel ernaar. Als dat het geval is, dan weet je dat het je roeping is.”

Wat zijn je drijfveren om te blijven creëren?

“Nieuwe ideeën, verschillende teksten, materialen, teksten, mijn nieuwsgierigheid en het blijven proberen van nieuwe dingen. Ik ben niet heel snel tevreden, maar dat is ook mijn drijfveer om te blijven creëren.”

Wat is je inspiratie om werk te blijven maken?

“De sociale positie van de kunstenaar. Daarnaast vind ik het ook interessant om nieuwe dingen te blijven ontdekken en haal ik inspiratie uit het dagelijks leven. Eigenlijk haal ik inspiratie uit dingen die voor anderen waardeloos zijn. Muziek, beelden, enzovoort. Geen mainstream shit.”

Wie zijn mensen die jouw creativiteit voeden?

“De mensen om mij heen voeden mijn creativiteit. Maar ook mensen zoals John Baldessari, A.L. Snijders en David Lynch.”

Wanneer is kunst echt kunst?

“Kunst is echt kunst als een bepaalde groep mensen dat bepaalt. Maar de kijker bepaalt ook wanneer iets kunst is en de kunstenaar ook. Dus het is een beetje 50/50. Aan de ene kant bepaalt de kunstenaar wanneer iets kunst is en aan de andere kant bepaalt de kijker wanneer iets kunst is. Het is een spel tussen kijker en maker.”

Wat vind je bijzonder aan deze expositie?

“Het geeft een mooi overzicht van de kunst in Oost-Nederland. Het heeft geen vast genre en het is alles door elkaar. Maar dat is weer heel interessant en inspirerend.”

Waarom wilde je graag meedoen met deze expositie?

“Het leek mij heel leuk om nieuw werk te laten zien.”

Moet er meer aandacht komen voor de kunst in Oost-Nederland?

“Ja, er moet meer aandacht komen voor de kunst in heel Nederland. Kunst moet meer waardering krijgen. Er is in Nederland te weinig waardering voor kunst, omdat kunst een ondergeschoven kindje is.”

Voor welke onderdelen mag er meer aandacht komen?

“Voor alle onderdelen. Er moet geen onderscheid zijn. Maar als ik dan toch moest kiezen, dan zou het zijn voor kunstboeken en boeken gemaakt door bekende kunstenaars.”

 

Carlos Juan

Fotograaf Carlos Juan richt zich binnen de fotografie vooral op portretten.

Hoe zou jij jezelf omschrijven als kunstenaar?

“Ik heb mezelf nooit als kunstenaar gezien, maar ik ben mezelf de laatste tijd wel meer als kunstenaar gaan accepteren. Ik vind het alleen zo prestigieus klinken om jezelf als kunstenaar te bestempelen. Het werk dat ik maak moet een gevoel geven, dat is draagkracht.”

Wat voor genre kunst maak je?

“Ik fotografeer portretten een documentairefoto’s. Ik heb een serie gemaakt: ‘Hunting Characters’. Daarbij fotografeer ik opvallende mensen die ik op straat tegenkom.”

Waar let je op bij het maken van kunst?

“Bij het maken van foto’s let ik heel erg op de ziel van het model. Ik werk intuïtief. Tijdens het fotograferen zit ik in een soort flow die het hele proces overneemt.”

Wanneer is een kunstwerk echt af?

“Dat ligt heel erg aan de foto. Een portret is snel klaar, maar een artistieke foto neemt wel een dag of twee in beslag.”

Hoe ziet de toekomst voor de Apeldoornse kunst eruit?

“Kunst zal meer geaccepteerd moeten worden door de leek. Leken moeten geprikkeld worden om van kunst te houden en zo krijg je meer interesse voor kunst. Kunst moet prikkelend werken.”

Waarom ben je kunstenaar geworden?

“Van kleins af aan ben ik al bezig met tekenen. Ik tekende covers van platen na, mijn ouders hadden een platenzaak. Maar ik maakte ook muziek en schilderde veel. Ik heb grafische vormgeving gestudeerd en hield mij ook bezig met videografie. Ik was al creatief bezig. Toen ik op de kunstacademie zat, ben ik meer bezig gegaan met fotografie en na mijn burn-out ben ik helemaal volop gaan fotograferen. Ik maak foto’s van mensen tot aan beeldende conceptfotografie.”

Wat zijn jouw drijfveren om te blijven creëeren?

“Ik heb een druk leven, maar ik raak overal door geïnspireerd. Mijn kunst is geen productiewerk, het gaat zoals het gaat en het komt zoals het komt. Kunst kun je niet dwingen.”

Wat is jouw inspiratie om werk te blijven maken?

“Ik krijg overal inspiratie vandaan. Inspiratie ontstaat tijdens het maken van werk. Ik werk intuïtief.”

Wie zijn mensen die jouw creativiteit voeden?

“Andere kunstenaars voeden mijn creativiteit. Maar het zijn dan vaak wel uitgesproken kunstenaars die niet de mainstream volgen en een uniek pad bewandelen. Want dat doe ik zelf ook, het duurt misschien wel langer, maar dat is het wel waard.”

Wanneer is kunst kunst?

“Dat is een kwestie van perceptie. Want wat voor de een kunst is, is voor de ander geen kunst. Dus dat is lastig te zeggen.”

Wat vind je bijzonder aan de expositie Hoe = Het Nu?

“De grote diversiteit aan werken die er hangt. Het is een grote expositie en ook nog eens op twee locaties. Dat is wel bijzonder en dat maakt het ook aantrekkelijk voor publiek om er naar toe te gaan.”

Waarom wilde je graag meedoen?

“Ik heb een foto uitgekozen van een opgemaakte dame die achter een deur staat. Dat vond ik wel bij het thema passen. Want wij zijn klaar om naar buiten te gaan, maar corona houdt ons tegen. Ik vond het ‘opgesloten’ aspect wel heel mooi. Ik maak altijd mijn eigen concepten en dat vind ik bijzonder.”

Moet er meer aandacht komen voor de kunst in Oost-Nederland?

“Ja, ik denk voor de beeldsculptuur. Dat is interessant!”