Interview door David Levie met Adnan Akdemir

donderdag 21 februari - zondag 24 maart

Nog één keer drukt Adnan Akdemir zijn stempel op ACEC.

Begin dit jaar nam hij na acht jaar afscheid als bar- en baliebeheerder omdat de Apeldoornse cateraar het wat rustiger aan wilde gaan doen. Nu hem dat is gelukt  laat hij een deel van zijn omvangrijke kunstcollectie zien. Met aardig wat werk van Apeldoornse bodem, maar ook ver daarbuiten.

De basis van Adnan’s collectie werd in het toenmalige Van Reekum Museum gelegd. Daar maakte de toen nog bescheiden cateraar kennis met kunst. Directeur Frits Bless kwam vaak met exposanten een hapje eten in Adnan’s restaurant Byzantium aan de Beekstraat. ,,Zo kwam ik ook in aanraking met kunstenaars.’’

Adnan kocht kunst aan en vergaarde artefacten door de rekening in natura (schilderij of tekening) te vereffenen.  En af en toe kreeg hij wat cadeau. Hij benaderde zijn artistieke klandizie ook om menukaarten voor hem te ontwerpen. De mooiste exemplaren zijn de komende weken in ACEC te zien. Zo was het ook met rekeningen, met een zeefdrukje gingen zijn klanten in die dagen naar huis. Bekende namen? Willem van Ballegooyen en Klaas Gubbels. En met enige regelmaat waren er diners met kunstenaars die ter plekke aan het werk waren.

Ook Apeldoornse kunstenaars zijn in de collectie vertegenwoordigd. Voor het grootste deel zelfs. Graag kijkt hij naar kleurrijke schilderijen van Ranko Skenderija of een gestileerd schilderij van Rob Weddepohl. Werk van Wim Streep kan hem bekoren, net als dat van René Ellebroek en Guido Nieuwendijk, die een poosje voor hem werkte in de keuken. Hij houdt van de foto’s van Peter Vroon en van de overleden kunstenaar Jan Freark Wierda koestert hij een schilderij.

Hoge noot

De ontmoetingen met dat vaak ongeregelde zooitje levert ook mooie anekdotes op. Van een schets voor een menukaart op een sigarendoos van Klaas Gubbbels  tot gesprekken met studenten van de Groningse kunstacademie Minerva die edities van de Young Composers Meeting in Gigant opluisterden. Ook dit jaar zijn er weer een paar van de partij. Maar het fraaiste verhaal gaat over kunstenaars uit Benin die zijn houten toiletdeuren van een apart mannetje en vrouwtje zouden voorzien. Adnan verheugde zich op een Afrikaanse afbeelding, maar dat viel zwaar tegen. ,,Het was heel gewoon westers, veel te gewoon. Niets bijzonders aan.’’ Geen meerwaarde dus voor de fraaie houten deuren. Kort voor de opening van Byzantium help Kassiel Gerrits hem uit de brand.  De kunstenaar die ook wel raad weet als het om doedelzakken en beschilderen gaat maakte er wel van moois door een paneel over de deuren te plaatsen. Een hoge noot was de deur voor de dames, de lage die voor de heren. En passant laat hij een mega-katapult zien. Van Afrikaanse origine. ,,Hoe ik daaraan kom? Geen idee.’’

Thuis komt hij ruimte tekort om alles wat hij heeft verzameld te kunnen ophangen of neer te zetten. De zolder biedt onder meer soelaas als depot. Nee, verkopen doet hij niet, zeker niet als het om een geschenk gaat, ook al is de huidige waarde in geld een meervoud van wat het toen was.  Tijdens de opening van zijn expositie, komende zaterdag (23 februari) is er ook geheel nieuw werk te zien.  Adnan spreekt van een onthulling van een schilderij. Van wie?, dat zegt hij niet. Wel wil hij kwijt dat ook zijn vriendin Luci schildert en ook zij een plekje in de tentoonstelling krijgt.

Zelf heeft hij na zijn afscheid zijn plek helemaal gevonden. Drie dagen per week als cateraar van zijn eigen bedrijf  aan de Beekstraat. ,,Toen ik nog in ACEC werkte waren dat zeven per week. Ik leid nu een mooi leven. Ik heb zelfs de tv ontdekt. Ik mis ACEC geen dag, maar het is mooi om hier weer even te zijn in een totaal andere hoedanigheid.’’